Uitspraken Jonas 4-5 jaar

Januari 2013
– Hannah, kijk eens naar je vijand! (Nodigt zus uit om zijn tenue te bekijken).
– Ik word later koppensneller. Of een kannibaal. Óf een ninja.
– Deciljoen (heel groot getal)
– FEEST, FEEST, FEEST, ik ben zo blij als een beest! (zelfgemaakt liedje hard en snel gezongen)
– Hey Oop! Jonas begroet zijn grootvader aan de telefoon
-‘Mam, hoe heet je neef van de vuilnisbelt?’ (Jonas bedoelt neef Lucas, scheikundige en Process Technologist bij Afval Energie Bedrijf Amsterdam…)
– Ik wou dat ik een bacterie was dan kon ik superoud worden.
– J: kan je een mens op de maan zien? A: Nee, zelfs niet met een verrekijker. H: wel met een zaklamp!
– Een groen oog van heel dichtbij lijkt op een doorgesneden kiwi.
– Hannah, hier is je váder! (wijst). Tot verontwaardiging van J reageert H. expres niet als A. haar komt ophalen.
– Misschien zit zijn adamsappel voor zijn stembanden dat hij zo zacht praat!

December 2012
– (geeft compliment) hé mama je bent helemaal niet zo boos vanochtend! :-/
– Gaan we de volgende keer weer naar een lánd op vakantie, niet alleen naar Drenthe?
-ik wil naar Congo/Afrika/Afghanistan/Cuba/Pakistan (Jonas gebruikt notulen VN veiligheidsraad als reisgids)
– (opgewekt) waren jullie maar dood, dan kon ik bij opa en oma wonen!
– ontplofvrucht (granaatappel)
-stekelbollen (lychees)

November 2012
– Giljard (groot getal).

Oktober 2012
– Wanneer gaan we die schietappel eten? ik bedoel die knalvrucht? (Granaatappel)

Juni 2012
– Je bent zelf niet waar! (Jonas weerlegt argument)
– Afgekloven kip! (scheldt Hannah uit)
– Wie was dan de eerste mug als ze daarvoor allemaal dood waren? Welke was er dan als eerste?
– wat is punt en el?

Mei 2012
– Ik stik me dood! (verslikt zich in zijn drinken en maakt grapje)
-piemelaardekakscheet / piemelaardekutscheet Jonas lievelingsscheldwoorden. Zo vaak en zo muzikaal gescandeerd dat ik het soms zelf al begin te zingen.

April 2012
-‘Wat is het tegenovergestelde van kip?’ E: ‘Ehhh,… pik?’ ‘Nee, KUIKEN! hahaha. Zelf verzonnen mama!’
– ‘Ik hiefde de bal met een slingerige kracht in de pergola.’

Jonas becommentarieert zijn eigen voetbalprestaties.
– Wat is dat nou…., een stukje mormel?

Maart 2012
-de zon is eigenlijk een gekke ster: hij komt als het licht is en hij gaat weg als de andere sterren er zijn.
– Weet je wat jas is in het Engels? Yes!
– telt in het Engels: nain, ten, ilf, twilf
– ‘Hé Hannah, ik heb een plannig idee!’
– Ik ben gulzig en Hannah is matig (zijn kleine zus eet inderdaad nog geen kruimel bij het avondeten).
– ik zie er besportelijk uit = sportief (had joggingbroek en gympen aan).

Februari 2012
– Jelle is naar de televisio = fysiotherapeut
– Jonas werd woedend toen E het haar van A ging trimmen met de tondeuse. Half huilend brulde hij: ‘nee, je moet papa niet steeds kaal maken, hij moet zijn haar laten groeien!’ Ik wil weer eens zien hoe die groot haar heeft!

Januari 2012
– Nu is later vroeger!
– Sukkelbak / sukkelbakje (Jonas’ favoriete scheldwoord, nu al wekenlang)
– “Wat is het tegenovergestelde van …”(noem maar op).
– Vlandtees = tandvlees
– Dat weet ik in mijn hoofd / dat zie ik in mijn hoofd.
– “Mama weet je wat ontlukt is? Dan lukt het niet!”
– “We eten pakistan” = pastinaak
– “het hele al” = het heelal

December 2011
– De kan je wel lijmen met de ontploflijm (supersterke lijm met ontvlambaarheidswaarschuwing erop)
– Dwangrijm als er ‘ja’ of ‘nee’ van Jonas wordt verlangd: “Ja meneer de koekepa” / “Nee meneer de koekepee” tegen Alex of Eveline.

Oktober 2011
– Osmoskonijnen = kosmonauten/astronauten
herstel: Kosmoskonijnen! uit een boek van Hennie de Heks
– Presto = pesto als in ‘Bah, ik lust geen presto’.

September 2011
-‘Als je doodgaat willen mensen soms ook wel cromeren”
– “Mag ik vanavond wakker blijven? Ik wil helpen afwassen.” (naast helpen tafeldekken ziet Jonas meer leuke job opportunities)
– J: dan verander ik die studenten allemaal gewoon in een geelgeruite tor voor jou! (Tegen E. na een lastige dag op het werk.)
-J: ik wil niet verbrand, ik wil begraven (heeft het nog steeds druk met dood en uitvaarten).

Augustus 2011
– Jonas geeft Hannah een zoen op haar wang en zegt: “Dat is goed tegen muggenbulten.”
– Wowie! (Jonas is onder de indruk)
– “Mama waarom slaap je met gelakte nagels?”
– Ik heb honger in bruin drinken (=chocolademelk).
– Ik heb honger in drinken / ik heb geen honger in melk
– “We waren bijna op het dak gescheverd” = we waren bijna met de auto over de kop gevlogen (nb is niet waar, er kwam met 5 km/u één voorwiel naast het bospad te zitten, was even spannend want zakte diep weg).
– Peukneus! (scheldt Hannah uit)
– (eet berg Chinees eten, zelf mee afgehaald) “Je hebt écht lekker gekookt mama!”
– E: “Jonas je lijkt wel weer gegroeid vannacht.” J:”ja en ik heb ook dikke voeten gekregen.”
– E: “Wat voor dier zou jij willen zijn Jonas?” J (binnen een nanoseconde): “Een DRAAK!” E: “En wat voor dier zou jij willen zijn?” J (wederom prompt): “Een prinses!”

Juli 2011
– “Heb je een verrassing voor me?” Jonas hoopt dat we een verrassing voor hem hebben bedacht.
– “Heb je een patatverrassing voor me?”, vraagt Jonas terwijl we langs snackbar Henk fietsen. Jonas hoopt dat we van plan waren ter plekke in de remmen te knijpen.
– “Maar ik maak er weer een verrassing van!” Jonas ‘stopt de verrassing terug’, nadat we verteld hebben dat het niet zo leuk is als je telkens om van alles vraagt.
– Stomocolofief
– “Ik ben zo gelukkig, ik moet bijna poepen.” J was heel blij over de leuke dag. (Denken we).
– “In Bussum is het groter.” E: “Hoe bedoel je?” J: Nou gewoon, de wereld is groter in Bussum”. (We waren op dat moment in Amsterdam, het is niet duidelijk geworden waarom hij het daar klein vond)
– Jonas begint veel zinnen met “Stel je voor” en dan schetst hij een denkbeeldige situatie bv “Stel je voor dat de héle wereld bruin zou zijn!”
– 61 Juni, dat is wel erg laat.

Juni 2011
– Flipsers = slippers
– Mama, je lijkt wel op een prinses! (opgedofte moeder krijgt compliment in overtreffende trap)
– “Heet deze vis Karin?” (nee, we eten haring).
– “Deze vis heeft haren!” (Jonas vindt de dunne graatjes vies)
– “Mama, stel je eens voor hoe leuk het zou zijn als jij een rok zou dragen!” (J is E’s broeken zat).
– J kijkt in de insectenbak op school: “kijk, er zitten rupsen in en balkonnetjes”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *