Woorden Jonas 2-4 jaar

Mei 2011 (vier jaar)

  • “Mama, misschien zijn de batterijen van het carillon op!” (we hebben het inderdaad al lang niet meer horen spelen)
  • “Papa, ben je voor het andere dinosaurusboekje niet bang?” (we hebben één te gruwelijk dinoboek met slachtpartijen en bloed, dat willen we hem nog niet laten lezen)
  • E:”Dat is goed jonkie/schatje/lieverd/moppie/hompie” J:”Mama ik BEN ook een jonkie/schatje/lieverd/moppie/hompie!” (Jonas herhaalt nadrukkelijk elk koosnaampje en wacht op instemming voordat hij ook maar érgens anders antwoord op geeft).

April 2011

  • “mama wat ben je mooi verkleed! Je lijkt wel een RIDDER!” (E verschijnt in nieuwe kleren en vangt J’s grootste compliment ooit).
  • ‘Toen Alex klein was, was-ie toen nog beige?’
  • “Wat een mooie auto’s hebben ze hier toch in Bussum” (we rijden met de bakfiets langs een glinsterende file walmende SUV’s).

Maart 2011

  • “De kamer zit helemaal onder de slingers!”
  • “Ik drink rode limonade en mijn plas die maakt het geel.”

Februari 2011

  • “De muziek maakt me stil” (ontroerende muziek speelt)
  • “Mengo, dat is een broodbeleg van mosterd en jam”.
  • Avica = cavia
  • “gaat de wolk ook weer omhoog?” (als we door de mist fietsen).

Januari 2011

  • Jonas wijst op sneeuwresten op de heide: “kijk mama er is een wolk naar beneden gevallen”.
  • “o-ké dan!” (Jonas geeft zijn moeder het voordeel van de twijfel)
  • “we hebben de vis he-le-maal uitgedeukt!” (De makreel is inderdaad tot op de graat verslonden)
  • P-R-E-S-T-O C-y-c-l-e-s-p-o-r-t (Jonas spelt foutloos tekst op bidon). “Jonas, wat staat er?”. Jonas meldt: “Bidon!”.

December 2010 (3,5 jaar)

  • ik ben de grote radewegger (ik haal wat weg en jij moet raden)
  • Tengereckus = tennisracket
  • kaspertje = kappertje
  • haswandje (nog steeds! 😎 )
  • toetawage = tatoeage (Jonas schildert op zijn hand)
  • “kies een atkievikijk” = kies een activiteit (Jonas praat zijn laptop na)

November 2010

  • “Zullen we kijken hoe die mooi is?” “Mag ik eens zien hoe dat groot is?” (Jonas draait combi bijv.nw-aanw.voornw standaard om. Wel diepfilosofisch.)
  • Jonas telt nu goed. Hij kan tot twintig uit zijn hoofd tellen en hij kan ook zien hoeveel onderwerpen er op een pagina staan afgebeeld.
  • J: ‘Dat is vies’ E: ‘Jonas dat mag je niet zeggen, je moet zeggen ik vind het niet lekker’. J: ‘Ik vind het niet lekker want het is vies’.
  • Ik ben lief hè? Ik ben wel lief! (als wij Hannah een standje geven).
  • “Papa, jij bent altijd een beetje langzamerig.” Deze opmerking krijgt Alex vooral te verduren nadat Jonas in winterjas en schoenen is gehesen en vastgegord zit in zijn autostoel: zonder uitzondering blijkt Alex later de auto in te stappen dan Jonas en dat wordt vergenoegd geconstateerd.

Oktober 2010

  • “Hannah zit helemaal te bibberen van de humus. Ze zit het plakkerig te eten.”

September 2010

  • “Zullen we de post gaan brieven?”
  • “Mama wil je me aflappen, ik ben klaar met eten.”
  • Aalsmerig (Jonas’ tweede woordspeling).
  • “ik heb plakke handen.”

Augustus 2010

  • “Dat is grappig, opa Heup!” (Jonas’ eerste woordspeling)
  • “Wie van is die pan mama?” = Van wie is die pen mama?
  • “anders gaat mijn bloed stuk” = Jonas vreest een wondje/korstje.
  • “Papa, je broek gaat griezelen” = Papa, je broek ritselt als je hem aantrekt.
  • “oude wetters” = wethouders, al pratende over de baas (burgemeester) van Bussum.
  • “opgemonsterd en opgespookt” = analoog aan opgedonderd; de monsters en spoken zijn verdwenen
  • “kantillen” = kantelen.
  • “slakjespasta” = pastaschelpjes
  • morgen (= aanduiding toekomstige tijd)
  • gisteren (= aanduiding verleden tijd)
  • rugtis = rustig
  • “nee papa, als ik een beetje groter bent: alst ik een meneer bent gaat ik dat eten” (Jonas onderhandelt over zijn worteltjes)
  • “als ik stwaks een mevrouw bent, gaat ik dat ook doen.” (kijkt toe terwijl mama haar wenkbrauwen epileert)
  • “Mama, het regent zo hard, het lijkt wel of de kraan open staat!” (tijdens hoosbuien op 26-8)
  • “Nou vooruit dan maar mama” = ja mama
  • twouwens = trouwens

Juli 2010

  • “Papa je hebt wrijfjes” (=rimpel/frons)
  • “Matthijs heeft scherp haar” (=stekeltjes)
  • dakbad = (Goois) dekbed

April 2010 (bijna drie jaar)

  • haswandje = washandje
  • “mama wij gaan trouwen” mama valt bijna flauw van zoveel – schattigheid en roept “dat doen we!” tot Jonas vraagt: “Wat is dat, trouwen?”
  • toffertjes = poffertjes
  • Ik heb zin om een kikkertje= ik wil graag Kikker kijken
  • niet allemaal = ‘allemaal niet’ OF ‘niet allemaal’ (lastig!)
  • wobbywammer = bodywarmer
  • papa, jij mag niet Jezus zeggen!
  • 02-04-2010: Jonas’ taalgebruik is de afgelopen twee weken met sprongen vooruit gegaan. Het zijn volledige, goedlopende zinnen waar hij zijn wensen en waarnemingen in giet.
  • Jonas gebruikt voor Hannah consequent hij/hem/zijn als persoonlijk/bezittelijk voornaamwoorden ondanks vele correcties.

Maart 2010

  • Schip = Skip (jongetje op KDV)
  • “Ik mag X/Y/Z wel pakken, als ik dat wilt” “Ik mag dat wel doen, als ik dat wilt” Jonas kondigt elke overtreding zelf duidelijk aan
  • “mama, ik ga jou vechten!” (Jonas weet vervolgens niet hoe te beginnen)
  • carillons (!)
  • yoghurtbroek = joggingbroek
  • mager = maag
  • schuichelen = schuilen

Februari 2010

  • haktgeballetje = gehaktballetje
  • “mama is twee jaar” (mama is jarig)
  • “papa, hoe voel je je?” (praat mama na, inclusief intonatie)
  • “Als ik groot is, krijgt ik ook koffie”
  • hij = hij of zij (Hannah wordt aangeduid als hij)

Januari 2010

  • 06-01-2010: Jonas zegt Jonas!
  • stukgebroken = stuk
  • morgen = gisteren/morgen
  • Jonas heeft vage notie van werkwoordstijden:
  • “morgen gaat ik een banaan gegeten, voordat ik naar bed ging”
  • wisruitertje = ruitenwisser
  • boot = tomtom (!?)
  • schibroek = skibroek (Noord-Hollandse hypercorrectie?)

December 2009

  • (kante)jommetje = (kranten)jongen
  • kokeen = schoorsteen
  • soleren = logeren
  • kroepkoek = kroepoek
  • dlupo = duplo
  • pruiken = kruipen
  • bèl = bel/bijl (wekt veel verwarring in onze gesprekken)
  • ik heb te op = ik heb het op
  • blokkie = broccoli
  • koffertjes = poffertjes
  • sienappelsap = sinaasappelsap
  • héérlijk
  • ‘jusus’= ja/bevestigend antwoord (van WIE heeft hij dat geleerd?)
  • getsie = lekker (verwarrend!)
  • tuurlijk
  • skonen = verschonen
  • Bussum = ons huis

November 2009 (2,5 jaar)

  • meervoud: één koe, twee koeken
  • “Samen klussen” = mantra bij klussen
  • “Pappaatje, hou je goed vast?” = mantra bij klussen
  • “Papa zegt klopt en inderdaad. Mama zegt precies en prima.”
  • Jonas maakt grapjes! Hij wijst op iets en zegt er expres het verkeerde woord bij, of de verkeerde kleur. Als wij hem quasi-verontwaardigd verbeteren gaat hij hard lachen.
  • Een andere vorm van humor is het verzinnen van pseudo-woorden. Jonas en wij roepen om beurten onzinwoorden naar elkaar, liefst met veel rijm. Jonas houdt dit spel veel langer vol dan wij. Het wonderlijke is, zijn woorden zijn echt allemaal onzinwoorden, terwijl hij nog lang niet alle bestaande woorden kent. Heel bizar.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *