Storm en Sinterklaas, het is niet voor niets een gevleugelde -vaak zuchtend uitgesproken- uitdrukking bij kinderverzorgers allerlei. Het was ook nu waar: niet alleen dreigde er donderdag storm en springtij, ook op de kinderen stonden schuimkoppen. Al een aantal dagen eigenlijk.
Donderdag brak gelukkig De Grote Dag aan. ’s Ochtends kwam Sint aan in zijn witte Volkswagen Golf cabriolet. We hebben hem zingend binnengehaald op het schoolplein. Toen klom Sint op de vlonder om een speech (‘yadayadayada, rabarberrr, rompompompom‘) te houden, volstrekt onverstaanbaar, gevolgd door zwaaien. Een wonderlijk fenomeen aangezien we pal naast hem stonden. Het zal de geluidsinstallatie geweest zijn.
-foto’s volgen, mits niet van dezelfde, bedenkelijke kwaliteit-
Anyway, …yadayadayada…
Om half vier kwamen de kinderen uit de BSO, met tekeningen en een cadeau. Maar oooh, het was nog niet donker, en tante Marjolein was er nog niet, en ze hadden honger, en was Sinterklaas al geweest, en ze wilden televisie, en, en… ‘OK: ga maar zitten’. We hebben ze gesedeerd met een gala-aflevering van het Sinterklaasjournaal. Een zwaktebod, maar wel een gezellig zwaktebod.
Daarna kwam alles toch nog goed: Alex was op tijd ondanks de storm. Marjolein arriveerde eveneens, we gingen lekker eten, open haard aan. Ja, alles dik in orde. Maar zou Sint het wel redden door de storm? Kort na het toetje ging de telefoon. Het was Sinterklaas en hij vroeg naar de kinderen. Jonas bevroor en trok wit weg. Hannah mocht het opknappen. Dapper stond ze Sint te woord. Hij legde Hannah uit dat hij erg weinig tijd had omdat het werken moeizaam ging in dit ruige weer. Hij vertelde dat hij de pakjes niet buiten in de regen had willen neerzetten. Hij had daarom de zak op zolder gezet: daar had hij een raampje open zien staan en dat was wel zo makkelijk vanaf het dak. Hij vertelde Hannah dat ze nu mochten gaan kijken. ‘Dankjewel Sinterklaas’ prevelde Hannah, na afloop van het gesprek. ‘NEE!’ schreeuwde Jonas -paars aangelopen- tegen Hannah, ‘Dat is niet goed, U, het is U: je moet dankUwel zeggen!’ (Die zag deze en komende pakjesoogst al mislukken).
Als pijlen uit bogen schoten de kinderen naar boven. Op zolder had Sinterklaas maar liefst twee zakken neergezet. Eenmaal beneden begon het pakjes-mayhem. De kinderen waren blij en opgewonden, gelukkig had de aanwezigheid van tante Marjolein een enigszins kalmerende (beschavende?) uitwerking.
Het was weer zo voorbij. Op een laatste gele enveloppe na. Daar bleek een aanwijzing op rijm in te zitten voor de kinderen. Jonas las hem voor, daarna vlogen de kinderen door het hele huis om verder te zoeken: van de droppot, naar Jonas’ kamer, naar zolder, naar Hannahs kamer, tot ze tenslotte in de kelder mochten gaan kijken (normaal streng verboden terrein). Daar bleken nog twee pakken te liggen: een winkeltje annex poppentheater (b-kant) en een kist Kapla waarvan je een winkel of theater zou kunnen bouwen. Het waren voltreffers. Net als de adventskalender overigens, waar ze ouderwets op aanvielen.
Ze renden -nog net niet slaand op de borst- brullend in de rondte, al kon ik ze me op dat moment vrij goed voorstellen limonade drinkend uit een berenschedeltje. We hebben verder heerlijk gespeeld en pepernoten en chocoladeletters geknaagd. Jonas en Hannah gingen laat naar bed en na ieder een verhaaltje uit hun nieuwe boek gingen ze slapen.
4-0 voor Sinterklaas. Zou hij volgend jaar weer komen?




























