Mee naar het werk

Jonas: ‘We gingen in de trein. De conducteur kwam langs maar hij knipte geen kaartjes.’ (chipkaart, EZ).
Hannah: ‘Ja en toen gingen we op de roltrap.’
Jonas: ‘Toen gingen we in de metro. Ook in de tunnel onder de grond. Mama werkt in een oranje gebouw met een klokketoren. De trap en de hal zijn net als in een kerk.’
Hannah: ‘Ja en toen zagen we Baas Han en Baas Klaas en Baas Piet, ennehh….’
Jonas: ‘Miro!’
Hannah: ‘Ja en Rosemarijn en Maartje en die waren héél lief!’
Jonas: ‘Toen gingen we naar het bureau van mama, ik ging achter de computer. ‘
Hannah: ‘Ja en ik ging met de telefoon.’
Jonas: ‘Toen gingen we naar de nooduitgang en we gingen met de lift.’


Jonas: ‘En toen gingen we naar een restaurantje (Crea cafe, EZ). Ik nam een browntie en een multivruchtensap.’
Hannah: ‘Ja en ik een appeltaart en een chocomel. Er waren veel studenten.’


Jonas: ‘En toen gingen we weer terug met de tram en de trein.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *