Conversaties met Jonas


J: “Als ik kampioen ben, heb ik verschrikkelijk gewonnen! Mama, jij hebt niet kampioen en Hannah ook niet. Papa jij hebt ook kampioen, ik teken een mooie grote grijper voor je.”
*
J: “Papa wat wil jij later worden?”
A: “Euhhh…”
J: “Je kan wel brandweerman worden! Dan mag je met mij mee op de brandweerwagen.”
*
J (scheldt A uit): “Eikelbril!”
*
J (scheldt E uit): “hé slibberige pip!”
*
J: “Draait de wereld rond?”
E (tijdens koken): “Ja”
J: “Heel hard?”
E: “Ja”
J: “Ook op zijn kop?”
E: “Ja”
J: “Waarom vallen wij er dan niet af?”
E: “Euhhh…”
*
J: “Mama, waarom moet je leven?”
E: “Nou dat moet niet. Maar jij leeft omdat papa en ik graag wilden dat jij er zou zijn.”
J: “Waarom?”
E: “Nou wij vinden het leuk om te leven en we dachten dat jij het misschien ook leuk zou vinden.”
J: “Ja, ik vínd het ook leuk om te leven!”
*
J: (wijst op stopcontact) “Daar mag je niet aankomen hè.”
E: “Nee.”
J: “Dat is gevaarlijk.”
E: “Ja.”
J: “want daar staat stroom op.”
E: “Ja.”
J: “Waarom staat er stroom op?”
E: “Omdat er elektriciteit uit moet kunnen komen.”
J: “Waarom hebben we elektriciteit nodig?”
E: “Nou om de motors in al onze apparaten te laten werken… die doen dingen die we anders met de hand moeten doen… wassen bijvoorbeeld.”
J: (ongeduldig nu) “Jahaa maar WAAROM moet er elektriciteit in die motors?”
E: *zucht*

Acht uur ’s ochtends pas en ik ben alweer aan het einde van mijn kennis. Op naar de bibliotheek!


(Jonas met keepstok)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *