Dierenpark Emmen

Vandaag zou het wisselvallig weer zijn, prima weer voor een dierentuin dachten we. Om half elf stonden we in Dierenpark Emmen waar het inderdaad heel rustig was. Het is een prachtige dierentuin met grote buitenruimtes voor de dieren, veel groen en aan de zijkant van het looppad allemaal binnenverblijven waar we met regenbuien snel in konden schieten.
De kinderen vonden het geweldig. Ze zagen alles en ze renden van hok naar wei naar kooi naar vitrine naar park etc. Het was Dierentuin a la Turbo wat ze daar deden, voor ons was de krachttoer eigenlijk niet te doen zonder opwekkende middelen. Hannah ontgaat niets, maar ze kwetterde nog het meest over alle babydieren die ze zag. Jonas wees ons op iedere waterval in het park (een oude, diepe facinatie van hem  meer nog dan zijn voorliefde voor lampen).
Bij de Afrikaanse savanne hebben we onze broodjes gegeten. Nadat we twee tellen gezeten hadden, hadden de kinderen hun brood al op en sommeerde Jonas ons om verder te lopen ‘Gaan we nou verder of wat, komt er nog wat van?’ (hij haat wachten).

Nadat we het IKEA-pad helemaal hadden gevolgd, hebben de kinderen gespeeld in de twee mooie speeltuinen in het park.

Na een ijsje in het niet zo glamoureuze stadshart van Emmen hebben we twee hologige zombietjes naar de auto gedragen. Daarin liggen ze nu te slapen terwijl wij binnen met de benen op tafel koffiedrinken. Goed geregeld!

Bij het naar bed brengen vroeg ik Hannah wat ze het leukst had gevonden: de bavianen met kindjes op de rug en de grote speeltuin. Jonas vond de watervalletjes het mooist en het riool met de ratten.
Jonas wil voor het slapengaan altijd worden geïmpregneerd met een goeie droom. Wat ik bedenk deugt nooit of slaat de plank mis, maar bij alles dat Alex bedenkt kijkt Jonas direct dromerig weg en vult zelf het verhaal aan. Meestal is het een fantasie-avontuur met vliegen, varen of vechten involved, al of niet met de jongens van school erbij.
Vanavond stelde Alex Jonas een realistischer voor dat hij al een papa was en dat hij een vriendin had die van fietsen hield en dat ze dan samen met hun twee kindjes in de fietskar zouden gaan fietsen… (hier begon J dromerig te kijken). ‘Heet die vriendin Hannah?’ ‘Nee, waarschijnlijk niet.’ ‘Dan heet ze Elisabeth. En het jongetje, heet die Joontje?’ ‘Dat kan, als jij hem zo wil noemen.’ ‘Nee ik noem hem Hubert.’ De kinderen mochten allebei een boekje en een speeltje mee in de kar. Dat fietskarretje was trouwens niet blauw/geel maar oranje volgens J (belangrijke aanvulling). Ze gingen met zijn vieren fietsen en tekens volgen.
Al met al werd het een tamelijk toegankelijke sleuteldroom… 3x raden wat we morgen gaan doen!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *