Na tien dagen Vogezen pakten we ons boeltje in en reden we naar Wallis, in zuidwest-Zwitserland. We hadden ons verheugd op het zien van het echte hooggebergte, met veel sneeuw. We werden op onze wenken bediend.
Een dag na aankomst maakten we een wandeling vanaf de camping in Susten; die ligt tegen een bebost natuurgebied aan op de zuidelijke flanken van het Rhônedal.
Jonas en Hannah vonden de hangbrug natuurlijk heel spectaculair. De volgende dag wandelden we echt op hoogte: we namen de cabinelift in Vercorin en stapten uit op 2300 meter hoogte. Daarna daalden we weer af naar Vercorin, ruim een kilometer lager en via een dertien kilometer lange bergroute. Dat was voor Jonas en Hannah eigenlijk teveel gevraagd; al wandelende bleken we in staat om tegen de elf kilometer te wandelen en zo’n 800 hoogtemeters te kunnen verteren. Gelukkig was het een schitterende wandeling in een rustig gebied.
Zaterdag was het minder goed weer – niet de hele tijd slecht, maar bewolkt en koeler dan de dagen ervoor; ’s middags bezochten Leuk-Stadt, een oud plaatsje niet ver van onze camping. We gingen er bovendien uit eten, tot genoegen van Jonas en Hannah. ’s Avonds na het diner maakten we nogmaals een wandeling door het stadje en genoten van het uitzicht over het Rhônedal.
Zondag gingen we op zoek naar gletsjers en sneeuw. We wandelden door het Lötschental, op weg naar de gelijknamige gletsjer. Het was een prachtige wandeling, met heel veel mooie uitzichten.
Twee dagen later verkasten we nog één keer naar een andere camping. De camping in Susten was weliswaar een perfecte uitvalsbasis voor bergwandelingen, maar minder geschikt voor kinderen. De camping was nogal onoverzichtelijk en er was geen centrale speelplek waar kinderen elkaar vonden. Daarom verhuisden we naar Camping Des Glaciers in La Fouly, een hooggebergtecamping (1600 meter) in het uiterste zuidwesten van Zwitserland. Het bleek een schot in de roos te zijn. Terwijl wij incheckten bij de campingbalie liepen Jonas en Hannah al met vriendjes rond te paraderen. Tot ’s avonds laat sprongen ze er rond op het enorme springkussen (Voetjes van de vloer spelen) en ze loomden er zowel in onze tent als bij hun vriendjes lustig op los. We konden vanuit de tent direct naar een gletsjer wandelen, en dat deden we, nadat Jonas en Hannah na anderhalve dag even waren uitgespeeld. Wat een natuurpracht.
We hadden nog één dag over voor een laatste wandeling. Wederom vanaf de camping, maar deze keer geholpen door de stoeltjeslift vanuit La Fouly, zodat we meer daalden dan klommen. Het bleek verreweg de moeilijkste wandeling van de vakantie te zijn, want we moesten langs steile, gladde richels en natte glibberweggetjes. Jonas rende daar gewoon overheen alsof het niets was, maar wij waren ons wèl bewust van het gevaar en liepen heel voorzichtig langs de gevaarlijkere passages. De uitzichten waren wederom prachtig, evenals de weersomstandigheden.
Na een fijne, lange vakantie reden we zaterdag via een obscure snelweg door de Eifel terug naar Bussum…































































