De laatste blogposts gingen vooral over Jonas. Die maakt inderdaad veel mee, maar Hannah ontwikkelt zich op het moment minstens zo snel, de weinige berichten over Hannah doen daar geen recht aan.

Hannah praat de hele dag, ze echoot al onze woorden na. Ze is op het kinderdagverblijf doorgeschoven naar de peutergroep waar ze kletst en puzzelt als een dolle. Ze is gek op schoonmaken (eerst washand lekker in de WC dopen, dan badkamer schoonmaken; zelfde procedé in de keuken: eerst vaatdoek in gootsteen soppen, dan het aanrecht aflappen, dan mijn gezicht).
Hannah is meer dan Jonas gericht op sociale situaties: interacties, gezichtsuitdrukkingen, emoties. We zien althans meer dat ze daarnaar kijkt en ze zegt daar ook meer over ‘Boos, boos’ zegt ze als ze bv bepaalde gezichten in de krant afgebeeld ziet, ze oefent ook zelf met boos kijken (behoorlijk indrukwekkend).
Wat me heeft verbaasd is dat Hannah de namen van de kinderen uit Jonas’ klas kent en de moeders/vaders/grootouders die de kindjes brengen herkent, ook op straat of in de speeltuin! Zo brulde Hannah gisteren: ‘Merel!’ toen de moeder van Merel in haar eentje langs liep. Ook van andere kinderen heeft ze in het wild de namen genoemd. Echt knap, zo vaak heeft ze die kinderen niet gezien.
Als we in een nieuwe speeltuin zijn of iets anders dat aantrekkelijk zou moeten zijn voor kinderen, gaat Hannah vaak eerst alle aanwezigen zorgvuldig observeren, eventueel stokstijf stilstaand. Op kinderen en honden rent ze vervolgens af, met wisselende respons.
Hannah houdt meer van spelen met echte dingen dan met voorbedacht speelgoed: we hebben de grootste moeite om telefoons, afstandsbedieningen, make-up, laptops en andere spullen waar we zuinig op zijn uit haar handen te houden. Het lukt eigenlijk maar matig, ook omdat we vaak verschrikkelijk om haar moeten lachen (dat doen we stiekem ivm kans op karakterbederf). Hannah rent de trap op en af als ze daar zin in heeft, ze valt Jonas lastig als die rustig op de WC zit. Als ze haar zin wil krijgen, houdt ze gemakkelijk langer vol dan Jonas doet. Als wij dreigen weg te lopen als ze niet mee wil komen: geen probleem voor Hannah, ze blijft minutenlang grimlachend stilstaan, armpjes over elkaar. Ze ziet álles, als ik speentjes probeer weg te moffelen of een speelgoedje wegleg voor het eten weet ze die ook dagen later nog precies te vinden. Als we iets kwijt zijn vragen we het Hannah. Ze weet van elk stuk wasgoed in de wasmand van wie het is, dat spelletje doet ze ook vaak bij wijze van puzzel.
Laatst had Hannah straf, ze moest op de gang, ze kreeg een standje, daarna goedmaken, terugkeren in de kamer, daar viel ze, ze werd getroost op schoot, ze kreeg een knuffel en een slokje water. Anderhalf uur later maakte de Grote Beer dit allemaal ook mee. Eindeloos stond het beest op de gang, met gebogen hoofd voor Hannah’s priemende wijsvinger ‘jij heel stout!’. Daarna viel Beer en werd hij op identieke wijze getroost. Vervolgens speelde ze de hele scène nog een keer. Het was een vermakelijk gezicht, en onthullend om te zien hoe zij dit blijkbaar ervaart.







