In de schoenenwinkel

A.: “Jonas, tegen deze muur staan alle schoenen in jouw maat.”
J.: “Ik vind de meeste veel te groot.”
A.: “De mevrouw van de schoenenwinkel haalt schoenen in jouw maat (28) als de schoenen die we willen passen te groot zijn.”
J.: “Ik wil schoenen met veel kleuren.”
A.: “We zullen zien. In ieder geval zoeken we nu stevige schoenen voor de winter. Wat vind je van deze schoenen?” [Alex wijst op bruine leren schoenen, half hoog, vrij chique]
J.: “Ik houd niet van bruine schoenen. Deze zijn veel te bruin.”
A.: “Deze dan? Die zijn van het merk Koel, dat je nu ook aan hebt.”
J.: “Ze zijn nog steeds te bruin. Ik vind die wel mooi.” [Jonas wijst naar glanzende blauwgele sportschoenen]
A.: “Die zijn wel wat opvallend. Vind je soms andere schoenen ook mooi?”
J.: “Ja, vooral die zwarte met rode vlammen erop.” [wederom met hoogglans-afwerking, niet dat dat nog uitmaakt als je eenmaal schoenen met vlammen erop aanhebt].
A.: “Ja, dat kan natuurlijk ook. Maar dan smelt straks alle sneeuw om je voeten weg als je erin loopt. Wat dacht je van deze schoenen? Die zijn niet bruin.” [Alex balanceert op dun koord]
J.: “Ik vind ze misschien wel een beetje mooi, maar ik denk dat ze erg slecht zitten.”
A.: “Dat is goed genoeg. Dan nemen we deze.”

Gelukkig vond de verkoopster na het opmeten van Jonas’ voeten dat deze schoenen inderdaad erg geschikt zijn voor Jonas’ smalle voeten. De zwartrood vlammende waren in ieder geval niet geschikt. In de winkel bleef Jonas verklaren dat ze wel een beetje slechtig zaten, maar eenmaal buiten zei Jonas dat hij er wel heel erg hard op kon rennen en dat ze juist heel lekker zaten. Tot zover onze betrouwbare getuige…

Eén gedachte op “In de schoenenwinkel”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *