Lunchgesprek Jonas

J: Mama, als ik dood ben, wil ik in de vriezer (wijst naar ijskast). Dan kan je nog eens aan me denken.
E: Maar als jij dood bent denk ik de hele tijd aan jou, of je nou begraven, gecremeerd of bevroren bent. En trouwens ik wil helemaal niet dat jij dood gaat.
J: nee maar als ik dan in de vriezer ben zie je me nog, dan vergeet je me zeker niet.

– half uur later –

J: mama, ik wil niet in de vriezer. Ik wil een mummie worden, dan kan je meer aan me denken dan in de vriezer. Dan kan je me rechtop laten staan in de kamer. Dan zet je me af en toe ergens anders neerzetten. Dan worden de dieven ook bang.

-weer later-

J: als je geboren wordt, ben je dan gelijk jarig?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *