Conversaties met Jonas


J: “Als ik kampioen ben, heb ik verschrikkelijk gewonnen! Mama, jij hebt niet kampioen en Hannah ook niet. Papa jij hebt ook kampioen, ik teken een mooie grote grijper voor je.”
*
J: “Papa wat wil jij later worden?”
A: “Euhhh…”
J: “Je kan wel brandweerman worden! Dan mag je met mij mee op de brandweerwagen.”
*
J (scheldt A uit): “Eikelbril!”
*
J (scheldt E uit): “hé slibberige pip!”
*
J: “Draait de wereld rond?”
E (tijdens koken): “Ja”
J: “Heel hard?”
E: “Ja”
J: “Ook op zijn kop?”
E: “Ja”
J: “Waarom vallen wij er dan niet af?”
E: “Euhhh…”
*
J: “Mama, waarom moet je leven?”
E: “Nou dat moet niet. Maar jij leeft omdat papa en ik graag wilden dat jij er zou zijn.”
J: “Waarom?”
E: “Nou wij vinden het leuk om te leven en we dachten dat jij het misschien ook leuk zou vinden.”
J: “Ja, ik vínd het ook leuk om te leven!”
*
J: (wijst op stopcontact) “Daar mag je niet aankomen hè.”
E: “Nee.”
J: “Dat is gevaarlijk.”
E: “Ja.”
J: “want daar staat stroom op.”
E: “Ja.”
J: “Waarom staat er stroom op?”
E: “Omdat er elektriciteit uit moet kunnen komen.”
J: “Waarom hebben we elektriciteit nodig?”
E: “Nou om de motors in al onze apparaten te laten werken… die doen dingen die we anders met de hand moeten doen… wassen bijvoorbeeld.”
J: (ongeduldig nu) “Jahaa maar WAAROM moet er elektriciteit in die motors?”
E: *zucht*

Acht uur ’s ochtends pas en ik ben alweer aan het einde van mijn kennis. Op naar de bibliotheek!


(Jonas met keepstok)

Weekend op ’t Kluenven

Het tweede weekend van september waren we met Frans, Beppechien, Fenna, Brecht en Sytze logeren in het Slaaphuis op landgoed ’t Kluenven.

We hebben gewandeld, gespeeld, stuifzwammen laten stuiven, gebubbeld in het grote bad, herfstspul verzameld voor een herfsttafel die er nooit kwam, gevoetbald en getekend. Jonas sliep in onder in het grote stapelbed, Brecht boven. Hannah’s haartjes werden gekamd en gevlochten door haar grote heldin Fenna (die haar ook graag voorleest). Sytze en Jonas bedwongen samen vuurspuwende draken en watermonsters.



Oudewijvenzomer

Hoera, er kwam toch nog een (na)zomertje, 2 september is toch niet de laatste dag geweest waarop we buiten gegeten hebben, deze hele week was het raak. Zo’n zomer blijkt, niet heel charmant, een oudewijvenzomer te heten.

Vorige week zondag kwamen Yaël en Boaz op bezoek. We hebben op de hei gelopen waar het stil, zonnig weer was. De kinderen hebben grote dennenappels gezocht en gevonden, evenals hutten, klimbomen, stokken, runderpoep en paddestoelen.


Daarna hebben we in de achtertuin gegeten en gespeeld. We hadden speciaal voor Boaz een appeltaart gebakken (die hij vies vond). Gelukkig was er ook nog chocolademelk en brood met chocopasta.

Doordeweeks ontbijtverhoor

-Wat is god?
-Wat is een hoela hoep?
-Wat is dood?
-Hoe maakt je gordijnen?
-Wil je hier een fiets tekenen die kan vliegen?
-Hoe maak je een muur?
-Wat is een vijand?
-Zijn er dieren die slangen eten?
-Hoe maak je poten aan een tafel?
-Zit er in dat water een walvis? Waarom niet?
-hoeveel stekels heeft een egel
-hoeveel mensen zijn er al dood?

Dit is een letterlijke weergave van een deel van Jonas’ vragenvuur aan de ontbijttafel vrijdagochtend. Elke keer als ik zo kernachtig mogelijk een antwoord gegeven heb op de vraag (waar ik soms zelf behoorlijk tevreden over ben) komt er weer een volgende vraag, vaak uit een totaal andere hoek. Voor sommige registers kan ik Jonas verwijzen naar Alex (geschiedenis, elektronica, bouwkunde) voor sommige (biologie!) zal ik toch echt zelf aan de bak moeten. Gelukkig biedt Wikipedia zo nu en dan uitkomst.

Smoking gun

Moet je kijken wat mij in de kelder toelachte:

Een DNA-test is niet nodig, dit is onmiskenbaar het gebit van hahaHANNAHtje.

Nee opa’s en oma’s, ze is niet de kelder in geweest om deze appel voor te proeven. Hannah heeft Alex de vrijdag ervoor ijverig geholpen met boodschappen doen in de supermarkt, inclusief testen van de emmer appels blijkbaar.

Mag ik op de WC?

Vandaag vlak voor het tandenpoetsen vroeg Hannah of ze op de WC mocht. Ze heeft ons en de dingen net zolang gedirigeerd tot ze een geschikte troon had om op te zitten (inzetbril, opstapje, romper uit). Ze ging de WC een paar keer op en af, maar uiteindelijk hoorden we dan een plasje klateren.

Goed gedaan Hannah!

Voorbij, voorbij, o, en voorgoed voorbij

*zucht* de zomer is alweer ten einde. Wat is het snel gegaan, ook al was-ie slecht.

Waarschijnlijk was dit de laatste keer avondeten in de tuin voor dit jaar:

Beertje is op de valreep nog even door Hannah in bad gestopt, die is alvast winterklaar. Alex was bezig met grasmaaien in de tuin toen hij Hannah hoorde zeggen: ‘Zo, en nu jullie!’ Net op tijd kon hij voorkomen dat ze haar andere negen knuffels ging badderen in de emmer koud water die er stond om het waterpistool in te vullen.

Kleine Beer droogde erg langzaam. Toen hij naar natte hond begon te ruiken heb ik hem in de droger gestopt. Op een speciaal berenprogramma uiteraard.

In de schoenenwinkel

A.: “Jonas, tegen deze muur staan alle schoenen in jouw maat.”
J.: “Ik vind de meeste veel te groot.”
A.: “De mevrouw van de schoenenwinkel haalt schoenen in jouw maat (28) als de schoenen die we willen passen te groot zijn.”
J.: “Ik wil schoenen met veel kleuren.”
A.: “We zullen zien. In ieder geval zoeken we nu stevige schoenen voor de winter. Wat vind je van deze schoenen?” [Alex wijst op bruine leren schoenen, half hoog, vrij chique]
J.: “Ik houd niet van bruine schoenen. Deze zijn veel te bruin.”
A.: “Deze dan? Die zijn van het merk Koel, dat je nu ook aan hebt.”
J.: “Ze zijn nog steeds te bruin. Ik vind die wel mooi.” [Jonas wijst naar glanzende blauwgele sportschoenen]
A.: “Die zijn wel wat opvallend. Vind je soms andere schoenen ook mooi?”
J.: “Ja, vooral die zwarte met rode vlammen erop.” [wederom met hoogglans-afwerking, niet dat dat nog uitmaakt als je eenmaal schoenen met vlammen erop aanhebt].
A.: “Ja, dat kan natuurlijk ook. Maar dan smelt straks alle sneeuw om je voeten weg als je erin loopt. Wat dacht je van deze schoenen? Die zijn niet bruin.” [Alex balanceert op dun koord]
J.: “Ik vind ze misschien wel een beetje mooi, maar ik denk dat ze erg slecht zitten.”
A.: “Dat is goed genoeg. Dan nemen we deze.”

Gelukkig vond de verkoopster na het opmeten van Jonas’ voeten dat deze schoenen inderdaad erg geschikt zijn voor Jonas’ smalle voeten. De zwartrood vlammende waren in ieder geval niet geschikt. In de winkel bleef Jonas verklaren dat ze wel een beetje slechtig zaten, maar eenmaal buiten zei Jonas dat hij er wel heel erg hard op kon rennen en dat ze juist heel lekker zaten. Tot zover onze betrouwbare getuige…

Jonas heeft zijn eerste speelafspraak


Sinds Jonas op school zit is ‘bij vriendjes spelen’ een nieuw thema. Hij probeerde het idee al vanaf de tweede week op ons uit: ‘mag ik bij Jelle spelen?’ ‘Mag Finn een keer bij mij spelen? Na enkele weken geduld en vaardig onderhandelwerk door de respectieve moeders had Jonas afgelopen dinsdag zijn eerste speelafspraak bij Jelle. Om drie uur zou hij met Jelle en zijn grootmoeder mee naar huis lopen om daar te blijven spelen tot een uur of vijf, of totdat ze er genoeg van hadden.

’s Morgens begon Jonas al bezorgd te vragen of hij bij Jelle moest spelen. En hoelang dan. En of ik ook mee ging. En of hij moest blijven slapen. En of Hannah mee ging. En of hij moest blijven eten. En of papa mee ging. En of oma mee ging. Bij het afscheid op school keek Jonas somber en hij zag akelig wit om de neus, ook al stelde de moeder van Jelle hem nog zo lief gerust.

Tijdens het middageten sloeg de paniek pas echt goed toe en eenmaal op het schoolplein culmineerde dit in luid brullen. Als snel stond er een zwermpje moeders en grootmoeders om Jonas, oma Henny en Jelle en zijn oma heen. ‘O ja, dat ken ik’ en ‘O nee, dat gaat zo niet de eerste keer.’ koerden ze. ‘Nee, de eerste keer moet je mee hoor, en dan maar kijken hoe het gaat.’ ‘Het kan best zijn dat hij daarna gelijk weer mee naar huis wil.’ en ‘Het is een kwestie van wennen.’ was de teneur. Oma Henny en de grootmoeder van Jelle hebben toen maar afgesproken om samen thee te drinken.

Om drie uur liepen Jonas en Jelle, met in hun kielzog twee grootmoeders en twee kleine zusjes naar het huis van Jelle. Daar doken de mannen elk een hoek in: Jelle ging met de lego, Jonas ging de speelgoedkratten leeghalen. Jelle liet nog een paar keer uitnodigend zien wat hij aan het maken was, maar Jonas toonde nauwelijks interesse. Toen oma Henny na de thee wilde opstaan klampte Jonas zich aan haar been vast. Ze zijn toen weer met zijn drieën naar huis gegaan.

Het is een kwestie van wennen, dat blijkt. De eerstvolgende keer nodigen we Jelle wel bij ons uit. Misschien kan hij ons laten zien hoe dat gaat, spelen bij een vriendje.